Hoe waterplanten het leven in de sloot sturen

Je loopt langs de slootkant en ziet het water bijna groen kleuren van de kroos. Of je bukt je en ziet lange, wiegende slierten van fonteinkruid net onder het oppervlak. Waterplanten zijn zo gewoon in een polderpark dat je er snel aan voorbijloopt. Maar wie ze een beetje leert kennen, ziet hoe bepalend ze zijn voor alles wat er in en om het water leeft.

Wat waterplanten eigenlijk doen

Waterplanten zijn geen decoratie. Ze zijn de motor achter de waterkwaliteit in een polder als Cronesteyn. Ze nemen voedingsstoffen op uit het water en de bodem, ze produceren zuurstof en ze bieden schuilplaatsen aan insecten, vissen en amfibieën. Een sloot met gezonde waterplanten heeft een heel ander karakter dan een sloot zonder.

Het gaat daarbij niet alleen om de planten die je ziet drijven. Ondergedoken planten doen het meeste werk. Ze filteren het water, houden de bodem vast en bieden bescherming aan kleine organismen die op hun beurt voedsel zijn voor grotere dieren. Zonder die laag onder het oppervlak valt een groot deel van de voedselketen weg.

Kroos: klein maar veelzeggend

Kroos is misschien wel de bekendste waterplant van de polder. Die kleine, vlakke schijfjes die het wateroppervlak soms volledig bedekken, zijn eigenlijk bloeiende planten, ook al zie je die bloemen nooit met het blote oog. Kroos groeit snel als het water rijk is aan voedingsstoffen, en dat vertelt je iets.

Een dikke laag kroos kan betekenen dat het water te veel stikstof of fosfor bevat, vaak afkomstig uit de omgeving. Dat klinkt als een probleem, en dat is het ook als de laag zo dicht wordt dat er geen licht meer doorheen komt. Dan sterven de ondergedoken planten af, en daarmee verdwijnt de zuiverende werking. Maar een dunne laag kroos, verspreid over het water, is heel normaal en zelfs nuttig. Het geeft eenden en andere watervogels voedsel en het remt verdamping.

Fonteinkruid en het leven eronder

Als je voorzichtig in een heldere sloot kijkt, zie je soms lange, smalle bladeren die zacht meebewegen met de stroming. Dat is waarschijnlijk fonteinkruid, en het is een van de meest waardevolle planten in een poldersysteem. De stengels en bladeren zijn begroeid met kleine organismen, algen en diertjes die je met het blote oog nauwelijks ziet, maar die het begin vormen van de voedselketen.

Fonteinkruid bloeit boven het water, met kleine aren die uitsteken boven het oppervlak. In de periode dat die bloemen zichtbaar zijn, weet je dat het water redelijk helder is en de omstandigheden goed. Verdwijnt het fonteinkruid uit een sloot, dan is dat een signaal dat er iets veranderd is, te veel troebeling, te veel schommeling in het waterpeil, of te weinig licht.

Riet als overgangszone

Op de grens van water en land groeit riet, en die overgangszone is een wereld apart. Riet filtert water dat vanuit het land de sloot instroomt, het bindt de oever en het biedt beschutting aan broedvogels die nesten bouwen op of vlak boven het water. Zonder rietgordels zouden veel van die vogels simpelweg geen plek hebben.

Riet heeft ook een keerzijde als het gaat om beheer. Het breidt zich snel uit en kan open water dichtgroeien als je het zijn gang laat gaan. Dat is waarom rietbeheer in een polderpark een jaarlijks terugkerende taak is. Goed gemaaid riet schiet in het voorjaar krachtig terug op, wat juist gunstig is voor de dieren die ervan afhankelijk zijn. Oud, dood riet blijft staan voor overwinterende insecten en kleine zoogdieren.

Waterpeil en de gevolgen voor planten

De waterstand in een polder is nooit vanzelfsprekend. In droge periodes zakt het peil, in natte periodes stijgt het. Beide extremen hebben gevolgen voor de waterplanten. Bij een laag waterpeil komen ondergedoken planten droog te staan en sterven ze af. Bij een te hoog peil krijgen ze te weinig licht en verdwijnen ze evengoed.

In een beheerd polderpark wordt het waterpeil zoveel mogelijk stabiel gehouden, maar de natuur werkt niet altijd mee. Wat je dan ziet, is dat sommige sloten na een droge zomer een heel andere begroeiing hebben dan daarvoor. Dat is niet per se slecht. Het geeft andere soorten een kans, en het laat zien hoe dynamisch een polderecosysteem eigenlijk is.

Kijken met andere ogen

Als je de volgende keer langs de slootkant loopt, neem dan even de tijd om te kijken wat er in het water groeit. Is het kroos dun of dik? Zie je bladeren onder het oppervlak bewegen? Staat het riet al hoog, of is het pas aan het uitlopen? Die vragen klinken eenvoudig, maar de antwoorden vertellen je meer over de gezondheid van het park dan welke meetwaarde dan ook. Waterplanten zijn stille getuigen van alles wat er in de polder speelt, en wie ze leert lezen, loopt nooit meer blind langs het water.