vogelwerkgroep cronesteyn


Vogelwerkgroep Cronesteyn verwelkomt graag nieuwe leden! Meer informatie vind je onderaan deze pagina.

waarnemingen 2020

Eind mei 2020

In de loop van april en mei zijn ook de zomergasten gearriveerd die altijd wat later komen: eerst fitissen en tuinfluiters, daarna ook de kleine karekieten, grasmussen en bosrietzangers. Van de rietzanger, kleine karekiet en rietgors hebben we misschien maar elk één territorium dit jaar: de gemeente heeft al te enthousiast het oude riet weggemaaid en ook nog op het verkeerde moment.

We wisten al dat we met het ophangen van de nieuwe bosuilenkast te laat zouden zijn voor de bosuil zelf, maar we vinden het helemaal geen probleem dat er nu holeduiven in nestelen Deze prachtige, bescheiden duifjes (heel anders dan de houtduif dus!) vind je zowel in het Reigers- als in het Landgoedbos.

Er zijn ook weer ijsvogels en groene spechten te bewonderen en met de boomkruipers gaat het echt lekker: twee territoria in het Reigersbos, twee in het Landgoedbos en aan de parkranden nog een aantal. Ook het sperwerpaar is terug en heeft zoals het hoort een nieuw nest in de buurt van het oude gebouwd. We gaan binnenkort luisteren of het de ransuilen is gelukt kuikens groot te brengen dit voorjaar.

Kuikens grootbrengen is voor de weidevogels in het park in elk geval bijna onmogelijk, al is het maar door de vele rovers die er op de loer liggen (meeuwen, kraaien, roofvogels, reigers...). Ze hebben het toch maar weer dapper geprobeerd: één gruttopaar, één paar tureluurs, zeker drie paar elk van scholekster en kievit.

Veel reigernesten vallen nu enorm op door de grote en lawaaiige jongen die eruit hangen. Met de lepelaarskolonie gaat het in elk geval goed, we hebben zeker zeven nesten dit jaar en het kunnen er nog wel wat meer blijken te zijn bij de laatste telling.

Begin april 2020

De lente is weer een feest, ook in Cronesteyn. Hoewel het soms wel een beetje druk is in het park in deze tijd en dat betekent helaas ook dat er nog meer vissers en hondenbaasjes zijn die denken dat de bordjes niet voor hen gelden. Laten we met ons allen zorgen dat Cronesteyn mooi blijft en dat ook de broedvogels zich er veilig voelen!

De wintergasten zijn nu wel opgestapt, al kon je tot diep in maart nog smienten en grote zilverreigers op de weilanden zien. De eerste vogels die in de winter al aan broeden gaan denken zijn de bosuil (hoera, die hebben we eindelijk weer) en de blauwe reiger. De reigers zitten intussen dus allang op hun nesten en gelukkig zijn er op de oude reigernesten ook weer lepelaars gesignaleerd! Die zijn meest nog bezig met paren en om de beste nesten knokken.

Er is laatst een dode ransuil in het park gevonden; de doodsoorzaak was onduidelijk, er waren geen zichtbare verwondingen maar het beestje was wel mager. We hopen maar dat er wel weer een paartje gaat broeden en dat er genoeg muizen zijn. We zien geregeld buizerds cirkelen en het sperwerpaar is ook weer terug, zoals gebruikelijk op een nieuw nest in de buurt van het oude. De ooievaars waren vertrokken voor de winter, maar zitten nu weer op hun nest. IJsvogels blijven altijd hier, dus die waren blij met de lauwe winter.

De tjiftjaf en sinds kort ook de zwartkop zijn terug uit het zuiden. Overal hoor je winterkoninkjes, roodborsten, mezen (vooral kool- en pimpel- maar ook wel wat staartmezen), boomkruipers, heggenmussen, merels en vinkachtigen (vink, putter en groenling).
De grauwe ganzen zijn langzamerhand klaar met broeden en gaan crèches vormen. Wat weidevogels betreft moeten we het vooral van de scholeksters hebben dit jaar.
De grote bonte specht roffelt er weer op los. De nestholtes die zij uithakken, worden dankbaar hergebruikt door halsbandparkieten, groene spechten, kauwen en holenduiven (ook allemaal in Cronesteyn te zien/horen).

Een park met zo veel variatie in het landschap en dus zo'n rijkdom aan broedvogels en andere natuur: Leiden mag er trots op zijn!

Vogelrijkdom in het park

De leden van Vogelwerkgroep Cronesteyn tellen al sinds de opening van het park, meer dan dertig jaar geleden, de vogels die er broeden. Dankzij het gevarieerde landschap van Cronesteyn zijn er aardig wat soorten te bewonderen (op dit moment rond de 55 broedende soorten). Het weidegebied herbergt grutto's, scholeksters, krakeenden en andere weidevogels, al moeten we er gelijk bij zeggen dat het met grutto, kievit en tureluur niet goed gaat. In het nieuwe beheerplan voor het park staan diverse weidevogelvriendelijke maatregelen; we hopen dat die nog op tijd komen.

In de bos- en parkachtige delen zijn allerlei zangvogels te vinden (in 2018 zelfs een nachtegaal), maar ook een indrukwekkende kolonie blauwe reigers met rond de vijftig nesten. Dankzij de sloten en rietkragen zijn ook bijvoorbeeld de kleine karekiet, rietgors en bosrietzanger van de partij. De tijdelijke baggerdepots die tot 2018 in het park lagen, leverden direct spannende nieuwe soorten op, zoals de kluut en de kleine plevier. De ijsvogels waar het de afgelopen jaren net zo lekker mee ging, zijn vroeg in 2018 allemaal gesneuveld door de vorst. De lepelaars die een kolonie leken te beginnen in het Reigersbos hebben intussen elders een rustiger plekje opgezocht.

Sinds een jaar of tien telt de VWG ook in de winter. In de sloten en weilanden verzamelen zich dan bijvoorbeeld smienten, krakeenden en diverse soorten ganzen.


Het werk van de Vogelwerkgroep

VWG Cronesteyn maakt elk voorjaar een aantal rondes om alle waarnemingen in kaart te brengen die op broeden wijzen. Acht bezoeken worden ’s ochtends vroeg gebracht, twee in de avond (voor de uilen) en een aantal overdag voor diverse eendensoorten, de reigerkolonie en de lepelaars. In de winter wordt er eens per maand overdag geteld om de wintergasten te inventariseren (met name de water- en roofvogels).
Al die gegevens worden in het computersysteem van de landelijke organisatie SOVON ingevoerd; daarnaast worden ze o.a. gebruikt voor het beheer van het polderpark.

Corinna Vermeulen (Cronesteynteller sinds 2000) vertelt: ‘Het vroege opstaan vind ik het lastigst. Maar als je eenmaal in het park bent en de eerste zonnestralen op de ochtendnevel ziet en al die vogels hoort, dan weet je weer waarom je het doet.’


Meld je aan als teller!

Wil je mee helpen tellen, dan is het wel vereist dat je algemene zangvogels als merel en zwartkop al aan hun geluid kunt herkennen. De braamsluiper komt dan ter plekke wel, want je wordt natuurlijk ingewerkt door een vogelteller met ervaring. We verwachten dat je een keer of acht per jaar meegaat op veldbezoek (4x in de vroege ochtend en 4x overdag). Aanmelding en informatie bij Corinna Vermeulen, 071–523 18 66, vwgcronesteyn@xs4all.nl


’s Ochtends vroeg zie je Cronesteyn op zijn mooist       (foto Corinna Vermeulen)



naar boven   omhoog